Ik ben met een open houding als onderzoeker gestart en was verrast door hoe verschillend ieders situatie is. Er is niet één beeld van 'iemand in de bijstand'. Sommige mensen hebben vroeger gewerkt, werden ziek en konden niet meer aan de slag. Anderen hebben een opleiding gevolgd, maar kwamen door moeilijke gebeurtenissen in de bijstand terecht.
Soms zit een gezin in zware omstandigheden, bij een ander gezin is de situatie wat rustiger en is er goed overzicht. Veel deelnemers vinden het ook leuk om mee te doen aan het onderzoek. Ze kunnen hun verhaal kwijt, er wordt echt geluisterd.
Een verhaal dat me bijblijft: iemand werkte al een jaar als vrijwilliger en ontdekte daardoor waar ze graag in verder wilde gaan met werk. Daarvoor wilde ze een langere opleiding volgen. Er werd een plan gemaakt en alles leek rond. Maar toen bleek dat alleen korte opleidingen mogelijk waren via de gemeente. Dus ging de opleiding niet door. Deze persoon was enorm gemotiveerd, maar de regels maakten het onmogelijk om de volgende stap te zetten.

Ik sprak ook een nieuwkomer die heel graag wilde leren en werken. Deze persoon had snel goed Nederlands geleerd en deed veel vrijwilligerswerk. Maar Nederlandse taalles op hoog niveau om passend werk te vinden, kon opeens toch niet doorgaan. Dit zorgde voor het gevoel dat de overheid liever wil dat je 'makkelijk' werk doet — zolang het gratis is.